Blauwalgen, of ook wel blauwwieren genoemd, zijn eigenlijk geen algen maar bacteriën. Blauwalgen horen van nature thuis in het water. In Nederland komen de blauwalgen in grote hoeveelheden voor in stilstaande wateren.
De blauwalg gedijt het beste in warm water waar veel voedingstoffen zoals stikstof en
fosfaten in zitten. Vooral tijdens warme zomers kunnen de blauwalgen zich heel snel ontwikkelen. Je ziet dan een (dikke) blauw of groen uitziende ''drap'' op het water drijven dat een typische geur heeft. Blauwalgen kunnen zowel voor mens en dier schadelijk zijn. Als een groot oppervlak bedekt is met blauwalg kan er minder zonlicht in het water komen. Waterplanten en algen kunnen daardoor sterven. Zuurstofloosheid is dan het gevolg waardoor ook vissen en andere waterorganismen sterven. Blauwalg kan bij mensen maag- en darmklachten veroorzaken, maar ook huidklachten, misselijkheid, buikpijn, diarree, hoofdpijn of geïrriteerde ogen.
De rood-kleurige blauwalg (Planktothrix rubescens) gedijd het beste in koud water. In de winter, bij lage temperaturen en bij veel zonlicht kan de rood-kleurige blauwalg hard groeien. De blauwalg bloeit dan ook voornamelijk in de winter en verdwijnt ook weer vanzelf. Ook van de rood-kleurige blauwalg kunnen mensen en dieren ziek worden. Het beste is dan ook om niet in contact te komen met het water.
Het zwemwater in Nederland wordt gecontroleerd door de Provincies en Rijkswaterstaat. Zij onderzoeken of het water geschikt is als zwemwater en brengen advies uit. Bij zwemwater staan altijd borden met een zwemadvies. Volg dit advies altijd op! Heeft u vragen over zwemwater? Kijk dan even op de pagina Zwemwater.
Rijkswaterstaat
Meld blauwalg aan Rijkswaterstaat
Waterschappen
Meld blauwalg aan het waterschap